Eerbetoon aan de innerlijke mens

Afgelopen week las ik in de Volkskrant dat M. Vasalis, de dichteres, nooit interviews gaf. Eenmaal schijnt ze een journalist te woord hebben gestaan die zich voordeed als patiënt -ze was namelijk ook psychiater. Ik kende het verhaal van de stille Vasalis niet. En het verraste mij ook. Immers toen ik als vijftienjarige scholiere voor het vak Nederlands een gedicht van haar moest analyseren – een van haar meest bekende ‘ De idioot in bad’-  , en daarin  ook moest vermelden wat de schrijver ermee bedoeld zou hebben, leek het mij het meest voor de hand liggen omdat de schrijver zelf te vragen.

 Hoe ik aan haar telefoonnummer kwam weet ik niet meer, waarschijnlijk heb ik het gewoon in het telefoonboek opgezocht, er waren niet zoveel mensen met de naam Drooglever Fortuyn – Leenmans (M.Vasalis was haar pseudoniem). Dus belde ik haar op een middag op. Bloednerveus dat wel. Ik kreeg een aller aardigste man aan de telefoon die zijn vrouw wel even zou roepen. Even later had ik Vasalis zelf aan de telefoon. Ik herinner me niet alles meer, maar wat me is bijgebleven is haar ongedwongen beantwoording van mijn vragen. Ze moet zo begin tachtig zijn geweest.

Als beantwoording op al mijn vragen zei ze dat al die mensen die haar gedichten zo bijzonder vonden en zo uitgebreid van betekenis voorzagen  er vaak veel te veel achter zochten. Ze begreep al die uitgebreide analyses niet, ze bedoelde immers gewoon wat er stond. Na het gedicht toch regel voor regel door te hebben genomen en meestal van haar te horen dat er geen andere betekenis was dan hetgeen ze letterlijk had opgeschreven, bedankte ik haar hartelijk en hingen we op. En zo kon ik de volgende dag met enige  trots  vertellen dat ik de dichteres zelf maar even had gebeld en dat er achter veel van haar regels niet zoveel meer school dan de woorden die ze had opgeschreven. Niet wetende dat ik jaren later, om precies te zijn zo’n tweeëntwintig jaar later, er pas achter zou komen hoe uniek dit telefoongesprek moet zijn geweest.

Waarom ze een jonge scholiere destijds wel te woord stond zullen we nooit  weten. M.Vasalis overleed op 16 oktober 1998. Haar terughoudendheid siert haar wellicht ook. Vooral in een tijd waarin het soms meer om de personen lijkt te gaan dan om de kunst die door hen gemaakt wordt, is haar zwijgen des te fascinerender. Ze koos voor de stilte in haar bestaan. Ze koos voor de kracht van haar werk. Net zoals Hella S. Haasse, die onlangs overleed, er voor koos om zich niet theatraal in een boot over de Amstel te laten varen maar  in kleine kring afscheid nam van de wereld. Waarschijnlijk met mensen omringd die werkelijk van haar hielden.

Misschien zouden we van de wijsheid van deze twee vrouwen kunnen leren. Het innerlijke en intieme leven boet immers aan kracht en waarde in als we denken dat we dit altijd ten toon moeten spreiden ter ere van… ja van wat eigenlijk? Transparantie? IJdelheid? Hoogmoed?

In stilte voer ik mijn eigen eerbetoon aan deze twee vrouwen. Die grootse werken schreven maar tegelijkertijd het innerlijke en intieme koesterden. Omdat ze wisten dat zodra ze het prijs zouden geven aan de glitter en glamour er iets van de glans zou vervagen.

De komende herfstweken lenen zich ervoor, om in te keren naar het innerlijk en even het uiterlijk vertoon te laten voor wat het is. En om te ervaren hoe rijk het innerlijk kan zijn als we het de tijd geven om tot wasdom te komen. Onderstaand  – hoe kan het anders- een gedicht van M. Vasalis.

Afsluitdijk

De bus rijdt als een kamer door de nacht
de weg is recht, de dijk is eindeloos,
links ligt de zee, getemd maar rusteloos,
wij kijken uit, een kleine maan schijnt zacht.

Vóór mij de jonge pas-geschoren nekken
van twee matrozen, die bedwongen gapen
en later, na een kort en lenig rekken,
onschuldig op elkanders schouder slapen.

Dan zie ik plots, als waar ‘t een droom, in ‘t glas
ijl en doorzichtig aan de onze vastgeklonken,
soms duidelijk als wij, dan weer in zee verdronken
de geest van deze bus; het gras
snijdt dwars door de matrozen heen.
Daar zie ik ook mijzelf. Alleen
mijn hoofd deint boven het watervlak,
beweegt de mond als sprak
het, een verbaasde zeemeermin.
Er is geen einde en geen begin
aan deze tocht, geen toekomst, geen verleden,
alleen dit wonderlijk gespleten lange heden.

M. Vasalis

Uit Parken en Woestijnen, Uitgeverij van Oorschot 1940

Tags: , , , ,