Portrettensoep

Een vrouw wordt door een emailwisseling met een onbekende man op het spoor gezet van haar verleden. Als jong meisje ging zij op zoek naar haar moeder, die ze nooit gekend heeft. Haar vader, een fanatiek jam-maker die haast meer oog had voor bramen dan voor haar gemis, wil of kan niets vertellen. Het enige wat hij doet is een portretje van haar moeder van een getekend lichaam voorzien. Met die tekening vertrekt ze naar de stad. Maar vindt ze wat ze zoekt? En zal ze de onbekende man ooit treffen?

Portrettensoep is een poëtisch en bij vlagen absurdistisch debuut. De afwisseling van een kinderstem en een volwassen stem maakt van het spoorzoeken een geraffineerd geheel.

Portrettensoep werd genomineerd voor de Debutantenprijs der Brabantse Letteren

Fragment

Twintig. Ik neem er twintig zodat ik zeker weet dat Mara mij nooit zal evenaren. Ik leg twintig bramen op het bord. Ik sta op, laat de wastafel vollopen met koud water en werp ze een voor een in het water.
Plons.
Plons.
Plons.
Het water spat op tegen de rand van de wasbak, enkele druppels raken mijn gezicht. De laatste plons en zie, daar drijven twintig bramen in mijn wasbak. Donkerpaarse bramen. Er is geen enkele braam die zinkt. Ik kijk hoe ze daar in mijn stadse wasbak naast elkaar aan het drijven zijn. Ik roer er met mijn hand doorheen. Linksom, rechtsom. Ze botsen tegen elkaar. Ik vis ze uit het water, laat ze terug op het bord rollen, zet het bord op tafel en ga zitten. Ik staar naar het hoopje paarse bessen. Sommige bramen zijn bijna zwart. Ik strek mijn hand uit en neem de eerste braam. Ik laat hem naar het achterste gedeelte van mijn mond glijden. Precies zo tegen mijn huig aan dat ik net niet ga braken. Dat is één. De smaak is zurig. Niet vol en zacht. De volgende braam moet daar tegenaan komen te liggen. Ik neem hem tussen mijn vingers en open mijn mond. Mijn tong kan ik niet meer bewegen omdat anders de achterste braam verschuift. Ik breng de braam in mijn mond en duw hem met mijn wijsvinger tegen de eerste aan. De zoete smaak vermengt zich met het zure. Daarna volgen de derde en de vierde die nog net naast de tweede kunnen liggen. Ik adem rustig door mijn neus. Nog zeventien. Ik open mijn mond wat verder en neem de volgende twee. Deze komen boven op de andere te liggen, tegen mijn gehemelte aan. Ik voel de kleine haartjes tegen de strakke huid van mijn gehemelte kriebelen. Ik ga kokhalzen maar weet me net op tijd te bedwingen door een rustige ademhaling door mijn neus en door al vast naar de volgende twee bramen te kijken. Die breng ik voor de andere naast mijn kiezen en tegen mijn wangzakken aan. Daarbovenop komen er nog twee. En zo bouw ik mijn mond vol. De laatste twee bramen kan ik met moeite voor in mijn geopende mond plaatsen. Ik kijk naar het bord. Er ligt wat sap op het porselein. Ik strijk met mijn vingers over het bord en probeer ook dit sap, dat eens tot de bramen behoorde, naar mijn mond te verplaatsen. Ik kom niet verder dan het sap op mijn lippen te smeren. Ik leun achterover op de bank. Het is me gelukt. Twintig bramen in mijn mond. Terwijl mijn wangen pijn doen en mijn kaken trillen zoals die van een jonge spreeuw die schreeuwt om voer, bedenk ik dat ik het mezelf onnodig moeilijk heb gemaakt. Ik had een vork kunnen nemen en de bramen in een schoteltje tot moes kunnen prakken. Mara had het vast zo in haar hoofd met haar vijftien bramen. Ik pers mijn kaken op elkaar. Vier bramen vliegen uit mijn mond naar buiten. Sap druipt uit mijn mond over mijn kin op mijn witte topje en korte rok, langs mijn benen in mijn rode schoenen.

126 pagina’s | Em. Querido’s Uitgeverij | februari 2005

Portrettensoep is helaas niet meer leverbaar, u kunt haar wel in de betere tweede hands boekwinkel vinden.