Er waren geen handhavers, geen demonstraties, geen ziekenhuizen, geen artsen, geen spandoeken, geen vliegtuigen, geen medicijnen, geen mondkapjes. Er was niets. Alleen de overgave aan de dood.

Het beeld van de aangespoelde dode zeedieren aan een strand in Rusland, heeft zich genesteld in mijn hoofd en hart. Een modderig zwart hoopje dieren, slap, doods, op elkaar liggend, hier en daar strekte een tentakel zich nog uit. Alsof de tentakels van de dode slappe inktvissen een laatste poging hadden gedaan het leven in zee te redden. Het is de stilte van deze aangespoelde dode dieren die blijft schreeuwen in mijn gedachten.

Misschien hebben ze nog gesparteld, misschien hebben ze nog een poging gedaan zich te redden, misschien hebben ze een noodkreet doen uitgaan naar de mensheid. We hebben ze alleen niet gehoord. Niet eens gezien. Of wel gezien en gedaan alsof ze er niet waren. Alsof ze niet bestonden.

Geen stem, geen betekenis
Het nieuws duidt in alles op dat laatste, alsof het leven van al deze dieren geen betekenis had. Het journalistieke verslag ging immers niet over het lijden dat er zich in de zee moet hebben afgespeeld, nee het ging over hoe surfers en zwemmers misselijk waren geweest, hoofdpijn hadden gehad of zich wat ziek hadden gevoeld. Naar hun stem werd geluisterd.

Over de oorzaak van de ramp deden verschillende verhalen de ronde. Sommige beweerden dat het gif was, anderen dat er een teveel aan algen was, wat weer anderen in twijfel trokken en afdeden als een rookgordijn. Wat het dan ook was: het doodde duizenden, duizenden, duizenden onschuldige zeewezens. Het liet een dode zee achter.

Het is een schril contrast met het corona-leven van de mensheid anno 2020. Vaccins worden ontwikkeld, mondkapjes verspreid, lock-downs afgeroepen, ziekenhuizen uit de grond gestampt om zoveel mogelijk mensenlevens te sparen. Kosten nog moeite worden gespaard. Miljarden worden geïnvesteerd. Ook ik draag een mondkapje, zit momenteel in quarantaine vanwege twee dochters die het virus bij zich dragen en ben voorzichtig met mijn oudere ouders om er voor te zorgen dat ik hen niet aansteek.

Maar wie spreekt er voor de zee? Wie spreekt er voor de octopus? Wie spreekt er voor de zee-egel? Wie spreekt er voor het zeewier? Wie spreekt er voor al wat leeft maar geen menselijke stem heeft? Wie laat zich horen voor hen die willoos zijn overgeleverd? Het zijn vragen die mij steeds meer bezig houden, waar ik niet direct een antwoord op heb, maar die ik niet meer kan negeren.

Wat als de octopus, de walvis, het hert, het oerwoud, de zee, het bos en al wat leeft mee zouden kunnen stemmen in de verkiezingen vandaag de dag, wat zou hun stem dan zijn? Voor wie zouden zij opkomen? Voor zichzelf? Voor ons, de mens? Voor hun nageslacht?

Uitputting van de aarde en de mens
Miljoenen jaren is de aarde bevolkt geweest door mensen die in staat waren in evenwicht te leven met al wat er was op aarde. In korte tijd is de mensheid erin geslaagd al wat leeft te onderdrukken en naar haar hand te zetten wat niet heeft geleid tot meer vitaliteit en leven op aarde, maar eerder tot uitputting met de dood als gevolg. Een uitputting die we zelfs in ons eigen menselijk leven steeds meer en meer herkennen en erkennen.

Of zoals de Franse filosoof Bruno Latour het omschrijft: ‘We hebben de aarde te lang gezien als een onuitputbare bron, en de mens als een wezen dat tegenover de natuur staat. Pas als we onszelf radicaal anders gaan verhouden tot de aarde en haar bewoners, kunnen we met nieuwe oplossingen komen’.

Als we in staat zijn de stem mee te laten klinken van alles wat we niet horen, welke keuzes maken we dan? Wat als we naar de stille stemmen durven te luisteren? Wat als we hen meenemen in onze beslissingen, in het leven dat we leiden, in alles wat we doen en laten?

Het is op zijn minst een boeiend gedachte experiment dat ons uitnodigt ons menselijk perspectief te overstijgen en nieuwe keuzes te maken. Dat zal niet altijd gemakkelijk zijn. We zijn als mens geneigd te denken in korte termijnen en snelle resultaten. Vanuit dat paradigma denken we dat het niet zo’n vaart zal lopen.

Nieuw perspectief: zeven generaties vooruit
Maar wie het lange termijn perspectief omarmt ziet iets anders. Die ziet een wereld waarin je je langzaam begint af te vragen op wat voor aarde je achterkleinkinderen hun eerste stappen zullen zetten. Wat is er dan over van de zee? De bossen? De aarde? En wie nog een stap verder durft te gaan en niet alleen het lange termijn-perspectief hanteert maar ook een perspectief dat al het leven omvat, en dus niet alleen het menselijk perspectief, vraagt zich waarschijnlijk af wat er gaande is. 

Wellicht kunnen we ons laten inspireren voor een nieuw perspectief op leven door de Native Americans. Zij stelden dat je bij elke keuze die je maakt zeven generaties vooruit dient te denken. Om het iets dichterbij te halen:  dat zijn dus de achterkleinkinderen van je achterkleinkinderen van je achterkleinkinderen. Kinderen dus, zouden de Native Americans zeggen. Ook voor hen hebben we een verantwoordelijkheid. Ook voor hen dienen we te zorgen. Misschien brengt dat inzichten die de mens niet afsluit van haar verbondenheid met al wat leeft, maar die verbondenheid inclusief maakt. Opdat we zo werkelijk in staat zijn een nieuwe stap te zetten naar een nieuw mens, wereld- en natuurbeeld.

De eerste stap kan zijn om te ontdekken wat natuur betekent in je leven, hoe je je er toe verhoudt en hoe je je er mee kan verbinden. We zijn immers nooit te laat om te leren. Om te leren van ons eigen menselijke falen. Pas als we vallen en weer op durven te staan, is er hoop. Voor de aarde en al wat er samenleeft.

We zijn natuur. We zijn de aarde zelf. Inclusief de dode aangespoelde zeedieren aan een verre kust. Het wordt tijd te luisteren naar de stille stemmen die schreeuwen. Dat begint misschien bij het luisteren naar onze eigen innerlijke stille stem en deze in verbinding brengen met al wat leeft op aarde. Zodat we hen die niet spreken, ook kunnen gaan verstaan.

Ik wens iedereen een mooie stille herfsttijd toe. Een tijd die zich bij uitstek leent om je terug te trekken, te bezinnen, de stilte toe te laten. En er naar te luisteren. Wie weet hoor je dan de bomen, planten, vogels en al wat leeft zachtjes fluisteren.

Al weer even geleden mocht ik Harm Edens (bekend van onder meer Dit was het Nieuws) onderdompelen in een bosbad. Omroep Gelderland zond het bosbad uit. Zie voor meer info: Bosbaden een nieuwe trend?

Afgelopen vrijdag verscheen er interview in de Gelderlander over de natuur, het verbinden en het mens-zijn in tijden van crisis en de tijd die daarna komt waarin we hopelijk de aarde meenemen in de keuzes die we maken.

Ondanks de rampspoed die over de wereld raast ken ik veel mensen die
ook genieten van deze periode van rust, inkeer en stilte. Zelf behoor ik
ook bij deze groep. Maar mag dat wel? Genieten van het leven in een
tijd dat zoveel mensen angst, stress en wanhoop ervaren?

Of je jezelf geluk toestaat hangt af van het paradigma waarmee je
naar de wereld kijkt. Het idee dat je niet gelukkig zou mogen zijn komt
voort uit het paradigma waarmee we al vele jaren leven, namelijk het
idee dat het leven gelukkig zou moeten zijn. En als het leven –
zoals nu- door een ramp wordt overspoeld zou dat het idee ‘geluk’
wegvagen en zou er dus geen sprake meer mogen zijn van geluk. En dan
treft ons een gevoel van schaamte of verlegenheid wanneer we dat wel
ervaren. Precies dat gevoel dat veel mensen in de ‘gelukscultuur’
ervaren als ze ongelukkig zijn. Alsof ze dat niet mogen zijn, alsof ze
zich dienen te schamen over hun gevoel omdat ze het levensgeluk toch
zelf in de hand hebben?

Het opdelen van het leven in gelukkig of ongelukkig, zoals de
opgelegde gelukscultuur dat al jaren doet, is de oorzaak van het idee
dat je niet gelukkig zou kunnen zijn in tijden van rampspoed. Het
paradigma van dualiteiten zorgt er namelijk voor dat we niet meer in
staat zijn de meerstemmigheid en veelzijdigheid van het leven zelf te
kennen, herkennen en erkennen.

Het leven dat door de kieren en gaten van het opgebouwde
geluksraamwerk heen weet te wringen en nu voor verwarring zorgt.
Misschien zoals het virus zelf bij ons naar binnen dringt en het
lichaam in verwarring brengt. Daarmee legt het virus niet alleen onze
fysieke menselijkheid bloot maar ook de dogma’s van de gelukscultuur
waarvoor we eerder misschien blind waren geworden. Het dogma dat het
leven gelukkig dient te zijn waardoor het ongeluk en depressiviteit in
de hand werkt.

Het wordt tijd dit paradigma te vervangen voor een alomvattend
perspectief waarbij het leven niet wordt opgedeeld in geluk of ongeluk,
maar waarbij het leven in al zijn facetten geleefd en beleefd mag
worden. Met pijn, geluk, verdriet, genot, woede en genegenheid. Het zijn
gevoelens die aan het leven voorbij trekken en die we kunnen ervaren.
In welke omstandigheid we ook verkeren. Dus ook als we -zoals nu- in een
onbestemde wereld zijn beland waarvan niemand weet welke richting zij
vaart en het land van bestemming onbekend is.

Dan nog kunnen we de zin van leven ervaren: hoe de zon op ons gezicht
straalt, hoe bladeren aan de boom wiegen in de wind, hoe de glimlach
van een voorbijganger ons raakt, hoe de stilte in de dagen ons ruimte
geeft om te genieten van koffie in de ochtend, een wandeling in de
buurt. Daar hoeven we ons niet schuldig over te voelen, ons niet voor te
schamen, of ons ongemakkelijk over te voelen. Geenszins.

Misschien is het feit dat we het stille en verkleinde leven toelaten
en ervan genieten wel een teken dat we iets in het leven dat we hiervoor
hadden over het hoofd zagen. Het leven dat gericht was op een leven vol
activiteiten, ontmoetingen en reizen. Misschien komen we erachter dat
het leven ook vol kan zijn in zichzelf, in al die kleine momenten.

En als we dat in kunnen zien, dan kunnen we misschien ook het
paradigma vaarwel zeggen dat ons al zo lang gevangen houdt. Het
paradigma van het streven naar geluk. Alsof het leven altijd op de
toppen van geluk kan varen. Laten we dat vervangen door een perspectief
van het kleine leven, het leven zoals het in al zijn facetten te ervaren
is, ook in tijden dat de toekomst onzeker is, het leven klein en er
doden te betreuren zijn.

En als dat kleine leven op die manier bijdraagt aan een wereld waarin
de liefde voor elkaar, de aarde, de natuur en alles wat daarop leeft
met meer aandacht gevoed wordt, dan kunnen we misschien later nog
dankbaar zijn voor de rampspoed die met covid 19 over de aarde werd
uitgestort.

Omdat het ons wakker heeft geschud in ons menselijk zijn, in wie we
als mens werkelijk zijn. Geen maakbaar product gericht op geluk, maar
een mens vol meerstemmigheden, gevoelens en gedachten. Die hopelijk in
alle facetten en gebeurtenissen de zin van het leven of anders gezegd de
levenszin weet aan te boren en te voeden. En zo samenvalt met het
werkelijke leven zelf. En daarmee de aarde koestert zoals de aarde de
mens.

Juist in deze tijd voel ik de behoefte om mij uit te drukken in woorden, in de hoop dat de woorden ergens landen en lezers een inzicht geven, richting geven. Zoals ieder verhaal, roman of gedicht dat vermag. Daarom ben ik een blog gestart: www.coronaflarden.nl. Ik schrijf over alles wat mij bezighoudt in het huidige tijdperk van Corona.