Afgelopen vrijdag verscheen er interview in de Gelderlander over de natuur, het verbinden en het mens-zijn in tijden van crisis en de tijd die daarna komt waarin we hopelijk de aarde meenemen in de keuzes die we maken.

Ondanks de rampspoed die over de wereld raast ken ik veel mensen die
ook genieten van deze periode van rust, inkeer en stilte. Zelf behoor ik
ook bij deze groep. Maar mag dat wel? Genieten van het leven in een
tijd dat zoveel mensen angst, stress en wanhoop ervaren?

Of je jezelf geluk toestaat hangt af van het paradigma waarmee je
naar de wereld kijkt. Het idee dat je niet gelukkig zou mogen zijn komt
voort uit het paradigma waarmee we al vele jaren leven, namelijk het
idee dat het leven gelukkig zou moeten zijn. En als het leven –
zoals nu- door een ramp wordt overspoeld zou dat het idee ‘geluk’
wegvagen en zou er dus geen sprake meer mogen zijn van geluk. En dan
treft ons een gevoel van schaamte of verlegenheid wanneer we dat wel
ervaren. Precies dat gevoel dat veel mensen in de ‘gelukscultuur’
ervaren als ze ongelukkig zijn. Alsof ze dat niet mogen zijn, alsof ze
zich dienen te schamen over hun gevoel omdat ze het levensgeluk toch
zelf in de hand hebben?

Het opdelen van het leven in gelukkig of ongelukkig, zoals de
opgelegde gelukscultuur dat al jaren doet, is de oorzaak van het idee
dat je niet gelukkig zou kunnen zijn in tijden van rampspoed. Het
paradigma van dualiteiten zorgt er namelijk voor dat we niet meer in
staat zijn de meerstemmigheid en veelzijdigheid van het leven zelf te
kennen, herkennen en erkennen.

Het leven dat door de kieren en gaten van het opgebouwde
geluksraamwerk heen weet te wringen en nu voor verwarring zorgt.
Misschien zoals het virus zelf bij ons naar binnen dringt en het
lichaam in verwarring brengt. Daarmee legt het virus niet alleen onze
fysieke menselijkheid bloot maar ook de dogma’s van de gelukscultuur
waarvoor we eerder misschien blind waren geworden. Het dogma dat het
leven gelukkig dient te zijn waardoor het ongeluk en depressiviteit in
de hand werkt.

Het wordt tijd dit paradigma te vervangen voor een alomvattend
perspectief waarbij het leven niet wordt opgedeeld in geluk of ongeluk,
maar waarbij het leven in al zijn facetten geleefd en beleefd mag
worden. Met pijn, geluk, verdriet, genot, woede en genegenheid. Het zijn
gevoelens die aan het leven voorbij trekken en die we kunnen ervaren.
In welke omstandigheid we ook verkeren. Dus ook als we -zoals nu- in een
onbestemde wereld zijn beland waarvan niemand weet welke richting zij
vaart en het land van bestemming onbekend is.

Dan nog kunnen we de zin van leven ervaren: hoe de zon op ons gezicht
straalt, hoe bladeren aan de boom wiegen in de wind, hoe de glimlach
van een voorbijganger ons raakt, hoe de stilte in de dagen ons ruimte
geeft om te genieten van koffie in de ochtend, een wandeling in de
buurt. Daar hoeven we ons niet schuldig over te voelen, ons niet voor te
schamen, of ons ongemakkelijk over te voelen. Geenszins.

Misschien is het feit dat we het stille en verkleinde leven toelaten
en ervan genieten wel een teken dat we iets in het leven dat we hiervoor
hadden over het hoofd zagen. Het leven dat gericht was op een leven vol
activiteiten, ontmoetingen en reizen. Misschien komen we erachter dat
het leven ook vol kan zijn in zichzelf, in al die kleine momenten.

En als we dat in kunnen zien, dan kunnen we misschien ook het
paradigma vaarwel zeggen dat ons al zo lang gevangen houdt. Het
paradigma van het streven naar geluk. Alsof het leven altijd op de
toppen van geluk kan varen. Laten we dat vervangen door een perspectief
van het kleine leven, het leven zoals het in al zijn facetten te ervaren
is, ook in tijden dat de toekomst onzeker is, het leven klein en er
doden te betreuren zijn.

En als dat kleine leven op die manier bijdraagt aan een wereld waarin
de liefde voor elkaar, de aarde, de natuur en alles wat daarop leeft
met meer aandacht gevoed wordt, dan kunnen we misschien later nog
dankbaar zijn voor de rampspoed die met covid 19 over de aarde werd
uitgestort.

Omdat het ons wakker heeft geschud in ons menselijk zijn, in wie we
als mens werkelijk zijn. Geen maakbaar product gericht op geluk, maar
een mens vol meerstemmigheden, gevoelens en gedachten. Die hopelijk in
alle facetten en gebeurtenissen de zin van het leven of anders gezegd de
levenszin weet aan te boren en te voeden. En zo samenvalt met het
werkelijke leven zelf. En daarmee de aarde koestert zoals de aarde de
mens.

Juist in deze tijd voel ik de behoefte om mij uit te drukken in woorden, in de hoop dat de woorden ergens landen en lezers een inzicht geven, richting geven. Zoals ieder verhaal, roman of gedicht dat vermag. Daarom ben ik een blog gestart: www.coronaflarden.nl. Ik schrijf over alles wat mij bezighoudt in het huidige tijdperk van Corona.

Juist in deze tijd voel ik de behoefte om te schrijven. Om mij uit te drukken in woorden. Misschien omdat ik probeer niet te verdrinken in het tijdperk waarin we ons nu bevinden maar op zoek ga naar strohalmen, bootjes en drijfbanden om zo al drijvend de kust van de toekomst te bereiken.

Deze column is daar wederom een poging toe. Want het is natuurlijk de vraag of dat lukt met woorden. Toch is iedere roman, ieder gedicht, ieder verhaal een poging daartoe. Een poging te bevatten, te duiden, te verwoorden wat een menselijk leven zoal behelst, ook als de wereld verandert of als hij – zoals nu – in een crisis verkeert. Voor mij kenmerkt deze tijd zich vooralsnog in een woord: verwarring.

Volgens de Dikke van Dale betekent ‘verwarring’, ‘chaos’ of een ‘ordeloze warboel’.  Die laatste twee woorden geven misschien wel het beste weer wat ik bedoel als ik schrijf dat ik in verwarring ben. Het voelt alsof er van alles borrelt, bruist en dwaalt in mij. Zonder dat ik er orde in aan kan brengen, zonder dat ik er grip op krijg. De warboel bestaat uit veel vragen en gedachten. In welk tijdperk zijn we aangekomen? Hoe komen we er weer uit? Wat gaan we doen? En al deze gedachten raken aan zoveel verschillende thema’s.

Verwarring: klimaat?
De lucht is schoner. De lucht is veel schoner. Waar de jongeren vorig jaar nog eindeloos voor door de straten van de wereld moesten marcheren maar niet voor elkaar kregen, doet het corona virus in enkele weken. Mensen met astma kunnen weer ademen, wilde dieren laten zich zien op de snelweg en er zwemmen weer vissen in de wateren van Venetië. Hoeveel levens redt het corona virus doordat mensen niet meer ziek worden van de vieze lucht die zij in ademen? Als we iedere dag de doden zouden tellen van luchtvervuiling waar zou de teller dan op uit komen?

Warboel: doden tellen?
We tellen iedere dag de doden. Maar wat zijn dat voor doden? Kunnen we wel doden tellen? Hoeveel waren er niet gestorven als ze geen corona hadden gekregen? Hoeveel mensen sterven er doordat zij geen behandeling krijgen in het ziekenhuis nu corona patiënten hun plek innemen? En hoeveel doden zouden we iedere dag tellen als we de mensen met honger, de vluchtelingen en uitgebuite arbeiders in sloppenwijken mee zouden tellen? Er overlijden per dag duizenden mensen aan omstandigheden waar we wellicht iets aan zouden kunnen doen. Deze doden tellen we niet. Zijn deze doden minder waard?

Verwarring: solidariteit?
We zijn behulpzaam en lief voor elkaar. We sturen kaartjes naar eenzame ouderen. We klappen voor verpleegkundigen en artsen. Maar klappen we voor hen? Of klappen we om onze eigen angst te bezweren, klappen we omdat we hopen dat ze het volhouden zodat wij als we ziek worden ook de zorg krijgen die we nodig hebben? En rijden we na het klappen vervolgens naar het strand omdat thuis blijven toch echt te veel is gevraagd? Hoe vinden we een vorm voor solidariteit in tijden van crisis?

Warboel: staat?
De staat vaardigt maatregel naar maatregel uit. En wij het volk luisteren gedwee. We laten ouderen alleen in hun kamers, met pijn in ons hart bezoeken we hen niet. We kunnen niet anders. De angst heeft ons in de greep. De angst voor het virus dat we niet zien maar dat er wel is. Welke lange termijneffecten heeft deze ingreep van de staat op de vrijheid van ons leven? Hoever reikt straks de arm van de macht van de staten? In China worden mensen door middel van apps gecontroleerd op hun gezondheid. De staat dringt verder en verder door, tot in onze cellen, net als het virus. Is het staatsvirus misschien uiteindelijk dodelijker dan het coronavirus?

Verwarring: eigen belang?
Criminelen verkopen stofkapjes voor mondkapjes. Bedrijven bewaren een geheim recept waarmee mensen gered zouden kunnen worden. Uiteindelijk gaan ze overstag maar wel met voorwaarden, ze houden de macht bij zichzelf. Waarom het niet gewoon delen in het belang van de gezondheid? Ik denk aan de Tweede Wereld Oorlog waarin mensen geld verdienden aan de joden vervolging en zelfs aan de vergassing van joden. Bedrijven die gas ontwikkelden en leverden om zoveel mogelijk joden in een keer te kunnen vermoorden. Misschien is dit een te grove vergelijking, maar doet het bedrijf dat het recept onthoudt niet hetzelfde? Nee, ze doden niemand direct, maar ze onthouden wel een recept dat levens kan redden. Onder de streep gaat het om de vraag wie er blijft leven en wie er doodgaat door bewust handelen. Of is het al te gemakkelijk om bedrijven te veroordelen en ben ik zelf ook schuldig aan de dood van velen omdat ik kleren draag die door uitgebuite arbeiders zijn genaaid, een mobiele telefoon heb met stoffen uit de mijnen in Congo?

Warboel: moeder aarde?
‘Het is een signaal aan de mensheid van moeder aarde,’ roepen de spirituele leiders. Het is een oproep om ons met de natuur te verbinden, de stilte op te zoeken. Te zorgen voor de aarde waarop we leven. Het zou kunnen. Maar vooralsnog zie ik geen tekenen dat we dat op de langer termijn ook echt gaan doen. We onthouden ons voor even maar verlangen vooral naar het leven dat we leidden voor deze crisis. Ik zie nog geen initiatieven om de stilte voort te zetten. Plannen om werkelijk te zorgen voor de aarde. Kunnen we in ons moderne leven werkelijk luisteren naar wat de aarde nodig heeft? En kunnen we werkelijk terug naar een leven in verbinding met moeder aarde? En hoe dan?

Verwarring: angst?
We zijn vooralsnog bang. Bang dat dit virus ons hele systeem plat legt en we niet meer in staat zijn ons leven te leiden. Het leven dat we gewend waren. Dat ons zo vertrouwd is. Misschien zijn we een vluchteling geworden in eigen land. Alleen met dit verschil. We hebben geen uitvlucht. We kunnen nergens heen. Er is geen veilige haven. We hebben alleen onszelf. We kunnen alleen op onszelf afvaren. Op wie we zijn. En begrijp me niet verkeerd, ik heb deze angst ook. Ook ik heb drie kinderen groot te brengen: wat staat mij als moeder te wachten? Welke toekomst hebben mijn dochters? Wat als het virus muteert en ook jongeren treft? De eerste 16 jarige is in enkele dagen tijd in Frankrijk overleden als gevolg van het virus. Hoe beteugelen we de angst?
 
Warboel: de dood?
Kunnen we de dood nog accepteren? Kunnen we aanvaarden dat de dood bij het leven hoort? Zijn we in staat de dood te omarmen als hij ons tegemoet treedt? Of moet hij kostte wat kost van ons vandaan gehouden worden ook al vraagt dit veel van iedereen die zich inzet om de dood van ons weg te houden? Ook al vraagt dit van ons niet bij onze dierbaren te zijn als zij lijden?  De dood hoort bij het leven. Zonder leven bestaat de dood niet. Misschien geldt dat ook wel andersom? Zonder dood bestaat het leven niet? Zijn we zo bang voor de dood geworden dat onze angst daarvoor ons nu in de greep heeft?

Verwarring: een begin?
Misschien is constateren dat ik in verwarring ben een begin. Een begin om uit de ordeloze warboel een weg te vinden. Een begin om de menselijke waardigheid te behouden in een tijdperk waarvan niemand weet waarheen het gaat. Een begin om in een bootje te stappen, rond te kijken en verder te varen. Richting een onbestemd land. Ik heb de woorden om mee te roeien. En ik hoop dat met iedere roeislag ik een vergezicht ontdek. Iets dat richting geeft.

Want ondanks alle verwarring weet ik dat leven een keuze is. In al mijn verwarring voel ik dat heel scherp. Een keuze om te zoeken naar mogelijkheden om de vrijheid van het leven vorm te geven. Te omarmen wat er gebeurt en daarin een nieuwe weg te ontdekken. Roeien met de woorden die mij gegeven zijn is een begin. Een begin om in vrijheid mens te zijn. Mens te zijn in deze uitzonderlijke tijd. Op zoek te gaan naar menselijke waardigheid ook al lijkt alles waarop we ons leven hadden gebouwd in een te storten. Dat is geen gemakkelijke opgave. Maar door te beginnen met zoeken, is er in ieder geval een begin. Misschien vinden we zelfs nieuwe woorden om het menselijk leven in uit te drukken en leidt deze periode tot werkelijke solidariteit, ook tot ver over onze landsgrenzen heen.

Vroeg wakker, Corona spookt door mijn hoofd, geen idee of Mark nog tijd heeft in zijn hectische bestaan, maar ik vond nogal wat inconsequenties in zijn beleid. En vanuit de gedachte dat we ons allemaal moeten inzetten om het virus dat over de wereld waait te stoppen, schreef ik hem een brief. Geachte minister-president, Vanmiddag […]