Er is een theorie die zegt dat verhalen dragers zoeken om voort te leven. Of met andere woorden: wij mensen verzinnen de verhalen niet, nee, het zijn de verhalen die ons uitzoeken om in te kunnen voortbestaan.

Een vreemde gedachte, vond ik in eerste instantie. Dat zou betekenen dat je willoos bent overgeleverd aan een ‘verhalenwereld’.  Toch, als je er langer over nadenkt, lijkt er waarheid in te schuilen. Het zijn de verhalen die ons gevormd hebben tot wie we zijn. Verhalen over onze ouders, grootouders, ons land, onze cultuur, onze geschiedenis… ze zijn  – zonder dat we erom gevraagd hebben – met ons vergroeid.

Zelf ervoer ik bij het schrijven van Noem het liefde hoe het Scheppingsverhaal nog altijd een rol speelde in de wijze waarop ik mijzelf als vrouw en moeder waarnam. Het verhaal was door mijn katholieke opvoeding zo onderdeel van mij geworden, dat ik niet eens wist dat het nog altijd in mij bestond.  Uiteindelijk herschreef ik het Scheppingsverhaal en bracht zo verandering in een verhaal dat ik al jarenlang met mij meedroeg. En daarmee veranderde ik zelf ook, mijn vrouw- en daarmee eigenbeeld bleef niet hetzelfde.

Verhalen hebben dus de mogelijkheid om mensen te veranderen, het zijn immers de verhalen waaruit we bestaan. Om je eigen verhalen te herschrijven moet je wel eerst weten uit welke verhalen je bestaat… onderstaand een klein gedichtje over het vertellen van een verhaal.

Vertel


Vertel me je verhaal en ik zal luisteren

Vertel me je verhaal en ik zal je kennen

Maar nog meer dan je woorden

Zal ik kijken

 je handen door het haar

je voetstappen op de trap

 je buiging voor het oprapen van je sok

In alles wat je doet

Hoor ik jou