Berichten

Het zomert al volop. Het is warm in mijn schrijfkamer. Over een paar dagen begint mijn zomervakantie.

Het woord vakantie is etymologisch verwant aan het latijnse ‘vacare’ wat leeg zijn, vrij zijn, betekent. Vakantie is dus letterlijk een leegte, een oningevulde tijd waarin alles mogelijk is. Blijkbaar hebben we behoefte aan die leegte, aan een oningevulde tijd om zo het dagelijks leven even een halt toe te roepen, een pas op de plaats te maken. Het liefst vertrekken we daarvoor ook nog naar een andere plek, om ons zo beter los te kunnen maken van de dagelijkse beslommeringen en werkelijk rust en leegte te vinden.

Mijn grootvader  – geboren in 1901 – ging in zijn 96 levensjaren niet een keer op vakantie. Hij bracht met een klein stukje land een gezin met acht kinderen groot. Hij had wat fruit, wat varkens, wat kippen. Zolang hij kon, sneed hij zelf de boerenkool van het land, kookte hij pruimenjam en blikte hij over zijn land. Vakantie? Dat vond hij overbodig, hij had altijd vakantie, zei hij als ik hem er naar vroeg. Misschien wist mijn grootvader bij voortduring de leegte in de tijd te vinden zodat de tijd geen bezit van hem nam.

Het is intrigerend om te kijken hoe een beleving van ‘leeg’ zijn ook in het leven van alledag te integreren is, hoe we onszelf niet door de tijd te grazen laten nemen, maar de tijd zelf leven. De vakantie leent zich goed  voor een experiment om zo nu en dan de pas te vertragen, de snelheid te laten varen en in de leegte van het moment te duiken.

Bij deze een gedicht over de slaap, de rust van de dag, zoals de vakantie een slaap van het jaar is. Een leegte waarin je je kunt overgeven aan het niets, aan de ruimte achter de tijd.

 

we gaan slapen


we gaan slapen en dekken onszelf toe

met een dekentje tot onder onze kin

we sluiten onze ogen

we zijn moe, willen de nacht in glijden

met een zucht verdwijnen

uit de dag en even niet, nee, nu even niet

we gaan slapen, trekken onze knieën op

buigen onze rug, ademen nog eens in en uit

leggen een hand onder ons oor

draaien het hoofd nog eens naar links en rechts

waar is de stilte, waar blijft de droom

slaap kom ons maar halen, we zijn er klaar voor

waarom wakker zijn, waarom gaan gedachten

niet even op vakantie, laat ze maar uitvliegen

weg van ons, we draaien ons

nog eens om, en nog eens, en nog eens

we gaan slapen en dekken onszelf toe

we wachten tot de slaap ons

komt halen waarheen we gaan

weten ook wij niet, we wachten tot we

zonder dat we het weten vertrokken zijn

Enkele weken geleden hebben we elkaar allemaal een gelukkig Nieuwjaar gewenst. De eerste dagen lijkt het jaar ook werkelijk nieuw te zijn, maar zo tegen het einde van januari is het nieuwe jaar al weer opgegaan in het simpelweg opvolgen van de dagen.

Vreemd eigenlijk hoe zo’n beleving van een lege nieuwe tijd voor je, toch weer overgaat in het ritme van alledag. Alhoewel, misschien is het niet zo vreemd. Misschien is het meer de indeling van de tijd in jaren die vreemder is dan onze beleving van de alledaagse tijd.

Feitelijk is er met oud/nieuw namelijk niet veel meer gebeurd dan dat een enkele seconde het jaartal van 2011 in 2012 transformeerde. En simpelweg die ene seconde leidde tot vele feesten en gelukswensen. Ondertussen tikte de klok vele nieuwe seconden weg, seconden die net als de seconde van 23.59.59 2011 naar 0.00 2012 een lege tijd in de toekomst aankondigen. Want in ieder moment ligt de toekomst van een heel nieuw jaar verscholen.

De telling van de tijd en het opdelen van onze tijd in jaren, dagen, minuten en seconden geeft ons weliswaar structuur en ritme in de dagen maar het gaat tegelijkertijd voorbij aan de geleefde en beleefde tijd. Het leven schuilt niet in de getelde tijd. Het werkelijke leven ontstaat vaak pas als de tijd vergeten wordt: als je opgaat in genot van een lekker kopje koffie, het bekijken van vliegende ganzen, het spelen van je (klein)kind of een ondergaande zon. Dan valt de tijd als het ware samen met jou en lijkt de tijd niet te bestaan. Dan tikt de tijd niet de seconde weg maar ben je de tijd zelf.

Werkelijke tijd heeft in die zin niets te maken met die ene tel om 0.00 uur, die ons van 2011 naar 2012 laat gaan. Werkelijke tijd bevindt zich in onszelf. Het is de kunst die innerlijke tijd te koesteren en te bewaken zonder dat de kloktijd er vat op krijgt en we niet als gevangenen ons leven in de tijd van de klok trachten te persen.

Ik betrap mezelf er in ieder geval met regelmaat op dat ik mijn gehaaste best doe aan het tikken van de tijd te ontsnappen of de tijd juist voor te zijn. Terwijl ik eigenlijk wel weet dat het niet de werkelijke tijd is die ik dan probeer na te jagen. Als ik mezelf daar bewust van word, lijkt het alsof de seconden plotseling vertragen en er achter die wereld van seconden, minuten en uren een andere tijd opduikt. Een tijd die ruimte geeft en niets met seconden of minuten te maken heeft. Soms kom ik er dan op miraculeuze wijze achter dat de tijd zelfs een langere duur heeft dan ik aanvankelijk dacht. De tijd in mij blijkt dan tijdloos te zijn.

Het vieren van oud en nieuw herinnert ons steeds opnieuw aan de tijd buiten ons, de tijd die een afspraak is, de tijd die ons structuur geeft. De tijd die weggetikt wordt door seconden.

Maar oud/nieuw zou je ook iedere dag kunnen beleven. Als een mogelijkheid om het oude te laten gaan en het nieuwe te zien, als een mogelijkheid om voorbij te tijd te gaan en de tijdloosheid te ervaren, als een mogelijkheid om nieuwe inzichten op te doen of uitzichten te creëren.

Ik wens iedereen een prachtige tijd(loosheid) toe!