Berichten

Perfectionisme. Voor wie is het niet vreemd: het gevoel te streven naar het ultieme, naar het beste, naar de perfecte baan, de perfecte partner, de perfecte vakantie?

Zelf raak ik nog al eens verstrikt in het idee dat mijn roman nog lang niet af is, nog niet voldoet aan mijn idee van de perfecte roman. Ik blijf dan eindeloos slijpen en schaven aan hoofdstukken en alinea’s. Soms ga ik daar zo ver in dat ik uiteindelijk het leven eruit heb geschreven en ik mij dolgelukkig prijs dat ik nog een oudere versie heb bewaard! Mijn idee van de perfecte roman had de roman die ik aan het schrijven was bijna de nek omgedraaid!

Hoe meer en meer ik mij bewust wordt van het gevaar van perfectionisme hoe meer ik mij er tracht van te bevrijden. Het mechanisme van perfectionisme betreft natuurlijk niet alleen het schrijven van een roman. Het geldt in feite voor alles wat we in het leven trachten te bereiken: een goed huwelijk, een geslaagde carrière, een ideale vakantie, een gezellig familie noem… eigenlijk alles waarbij we een bepaald idee hebben van hoe het in zijn perfectie zou moeten zijn.

Als we ons willen bevrijden van het perfectionisme dienen we het eerst beter te begrijpen. Het woord perfectie is afgeleid van het Latijnse woord perfectio dat ‘volmaking’ of ‘volmaaktheid’ betekent. In het idee van perfectie schuilt dus een idee van volmaaktheid. Van iets waar niets meer aan te veranderen valt, waar je ook niets meer aan zou willen veranderen omdat het immers volmaakt is. Het idee van volmaaktheid lijkt ons in eerste instantie rust te bieden. Het geeft een helder idee van wat we willen bereiken en als we het dan bereikt hebben… ja! Dan zijn we klaar! Dan is het af! Dan kunnen we eindelijk uitrusten en genieten van wat we hebben bereikt!

Maar helaas. Het streven naar perfectie brengt zelden rust. Het leidt meestal tot het tegendeel. Doordat we het perfecte plaatje voortdurend projecteren in de toekomst en we de huidige situatie daarmee vergelijken, vergeten we te beseffen wat er al is. Alsof we steeds als het ware in de schaduw staan van het leven dat we eigenlijk ambiëren. Terwijl het eigenlijk andersom zou moeten zijn. We zouden niet in de schaduw van het perfectionisme moeten leven, maar het leven zelf in het volle licht moeten zetten.

Zo zijn er schrijvers die eindeloos blijven werken aan een roman en nooit iets publiceren omdat het niet aan hun geperfectioneerde maatstaf voldoet. Ze leven als het ware in de schaduw van hun ideaal. In veel gevallen is dat jammer, omdat het wel degelijk romans zijn die het levenslicht zouden mogen zien. En dat geldt natuurlijk niet alleen voor romans maar ook voor je carriere, huwelijk of wat dan ook. Door voortdurend te streven naar het perfecte plaatje, vergeet je te waarderen wat er al is en leef je als het ware in de schaduw van je zelf gecreëerde perfectie.

Het tweede gevaar van perfectionisme is dan ook teleurstelling en frustratie. Immers het streven naar bijvoorbeeld de succesvolle carriere leidt er toe dat je niet meer in staat bent je loopbaan op waarde te schatten. Je wordt blind, doof en gevoelloos voor hetgeen je wel hebt bereikt, alles verbleekt bij je zelf gecreëerde idee van succes.

Je zou het kunnen vergelijken met het kweken van komkommers. Een komkommer dient recht te zijn, kromme komkommers gaan niet door voor een ‘echte’ komkommer. Terwijl een kromme komkommer natuurlijk net zo smakelijk is! Het enige dat er aan ontbreekt is dat hij niet aan het idee van een perfecte komkommer voldoet. Het idee van de perfecte komkommer creëert een hoop mislukte komkommers terwijl er in feite niets mis is met die mislukte komkommers. Zo leidt perfectionisme  tot een fictieve mislukking en dat gaat in het menselijk leven gepaard met frustratie, stress en een gevoel van onbehagen. Je wordt immers steeds geconfronteerd met iets dat je niet hebt bereikt of dat je niet gelukt is en haalt geen voldoening meer uit hetgeen het leven je wel aanreikt.

De harpist Remy van Kesteren vertelde onlangs in een interview dat hij niet meer streeft naar een muziekstuk dat in zijn ogen perfect is. Hij ontdekte dat het interessanter is om juist het stuk niet tot in de finesses fijn te slijpen maar het in een ruwere versie op te nemen. Omdat het leven er dan nog meer in leek te zitten, zo zei hij, omdat het nog niet was dichtgetimmerd maar juist openingen hield voor andere interpretaties en belevingen. Zo ontstond er in zijn beleving een co-creatie van de muziek met de luisteraar. Het opgeven van het streven naar het perfecte muziekstuk leidde tot levendigheid en verbinding met anderen.

Mocht je toch nog vast willen houden aan het idee van perfectionisme dan loert er nog een laatste gevaar. Want als je dan tot het uitverkoren soort behoort  dat je wel  steeds aan het perfectie plaatje kan voldoen dan is de euforie maar van korte duur. Immers in de bereikte  perfecte staat gloort al snel weer een beter en nog perfecter plan of doel aan de horizon. De hongerige leeuw die perfectionisme heet is immers nooit tevreden en jaagt je al weer op. En voordat je het weet ben je al weer op jacht naar het volgende ideaal. Grote kans dat je van al dat jagen op het perfecte leven op een dag uitgeput  en moegestreden ineenstort.

Zolang we ons niet bewust worden van de gevaren van perfectionisme blijft het op ons jagen. Dringt eenmaal tot je door hoe het perfectionisme je in de greep heeft, dan zou je kunnen proberen je er langzaam van te bevrijden.

Zo heb ik inmiddels geleerd op zeker moment van een roman af te blijven omdat ik anders met mijn idee van perfectie het leven eruit schrijf. Ik dien de roman ruimte te geven, ruimte om zelf tot leven te komen, misschien wel op dezelfde wijze zoals de harpist Remy van Kesteren zijn muziekstukken laat leven. Ik richt mijn blik op wat er is, wat er ontstaat in het schrijven zelf en daarmee kan het verhaal zelf tot leven komen.

Daarmee wordt ook de teleurstelling of frustratie opgeheven, immers als een muziekstuk, een roman, loopbaan of het leven zelf niet aan ideaal beeld hoeft te voldoen, kan er ook geen frustratie optreden. Je bent dan beter in staat het leven zelf te zien, horen, voelen en proeven. Je vergelijkt je partner, kind, baan of wie of wat dan ook niet meer met het perfecte plaatje maar bent in staat te zien, ervaren en voelen wat er werkelijk aanwezig is. Grote kans dat je dan iets anders voelt, hoort of ziet dan je van tevoren had gedacht! Grote kans dat die kromme komkommer heerlijk smaakt!

En de hongerige leeuw die perfectionisme heet en nooit genoeg gegeten heeft? Die zou je misschien eens over zijn bol kunnen aaien, in de ogen kunnen blikken en zachtjes doch vastbesloten mededelen dat het tijd is dat hij gaat liggen. Wellicht dat hij na enig aandringen zich op een kleedje aan je voeten neervlijt en je niet meer als opgeschoten wild hoeft rond te draven zodat je eindelijk, eindelijk werkelijk tot leven komt!

‘Komt er nu een derde wereldoorlog?’ vroeg mijn dochter een paar dagen nadat Trump de verkiezingen had gewonnen.

Ik was even stil.

‘Nee, nu niet,’ zei ik,  en dacht snel na, ik wilde haar een eerlijk antwoord geven, die vraag had ook door mijn hoofd gespookt en in de media was er hier en daar zelfs al over gespeculeerd, ze keek mij ongeduldig aan, ik moest snel antwoord geven wilde ze mijn antwoord nog geloofwaardig vinden, ‘ we weten het niet,’  zei ik snel, ‘niemand weet wanneer er een oorlog komt, begint of eindigt.’

Het niet-weten gaf een opluchting. Dat wat ik snel even had gezegd, gaf ineens heel veel ruimte. Ik hoefde geen antwoord te geven. Ik wist het antwoord niet.

Misschien zo dacht ik even later toen zij al weer buiten aan het spelen was, ligt in het niet-weten ook de mogelijkheid om ons een houding te geven ten opzichte van de ontwikkeling in de wereld. Niet een niet-weten van de kop in het zand, maar een niet-weten waarin dus ook nog het tegenovergestelde mogelijk is.

Waarin het doemscenario zoals dat de afgelopen tijd herhaaldelijk over ons is afgekondigd niet per definitie al gewonnen heeft, waarin we niet fatalistisch ons lot hoeven af te wachten, waarin we niet bang hoeven te zijn maar deze angst juist omzetten in mogelijkheden. In perspectief.

Het Institute for Advanced Study in Princeton (waar Robbert Dijkgraaf de scepter zwaait – bekend van DWDD colleges) is niet zozeer fascinerend om de grote denkers die er hebben gezeteld zoals Albert Einstein en Kurt Gödel maar vooral om de tijd en ruimte die er aan wetenschappers wordt gegeven om tot nieuwe inzichten te komen. Ze mogen er zoveel boswandelingen maken als ze willen, ze mogen lanterfanten, muziek maken. Er zijn geen verwachtingen, niemand wordt ergens op afgerekend. Er is een vrije ontdekkingsruimte waar ze als spelende kinderen samen zijn.

Albert Einstein (1879 – 1955)

Het zijn immers de momenten van vrije ruimte waarin nieuwe inzichten opborrelen en er nieuwe ontdekkingen worden gedaan. Het zijn met andere woorden de parels van het niet-weten die tot grote ontdekkingen en nieuwe wereldbeelden leiden.

Misschien kunnen we zelf een kleine IAS-Princeton met ons meedragen en het niet-weten omarmen. Door stil te vallen, boswandelingen te maken, door te lanterfanten, door samen te zijn en te praten zonder dat we van tevoren al hebben bepaald wat het doel of de uitkomst van het gesprek zou moeten zijn. Misschien dat we zo zonder dat we het weten een nieuwe weg in slaan, een weg richting begrip, vrede en hoop in plaats van weerstand, destructie en chaos.

We hoeven daarvoor niet te wachten op wat de huidige of toekomstige wereldleiders te zeggen hebben of welke berichten ons via de media bereiken. We kunnen daarvoor zelf in actie komen.

Door ons zelf de ruimte te geven om te ‘spelen’, ons niet te laten verstrikken in het idee dat de wereld gekanteld is en de toekomst al bepaald.

We kunnen namelijk ieder moment van de dag onze eigen vrije ruimte innemen, het niet-weten omarmen, vertrouwen op wat het zal brengen en zo wellicht zonder dat we het weten de toekomst mede vorm geven.