Berichten

De herfst is officieel begonnen. Het stormt. Net als in de wereld. Is de ene crisis nog maar nauwelijks beslecht, dan dient de andere zich al weer aan. IS, Ebola, Boko Haram, Hong Kong… De brandhaarden zijn, aldus het Rode Kruis, nog nooit zo veel en groot geweest. De noodkreet die uit de wereld opdoemt is niet meer langer naast je neer te leggen.

Ik heb ook nog nooit zoveel mensen gesproken die zich zorgen maken om de tijdsgeest, die angstvallig naar de toekomst blikken. Zelf merk ik ook dat het lastig is om niet meegezogen te worden in de turbulente wereld. De eerste neiging is de ogen te sluiten en het wereldleed niet in alle heftigheid tot mij door te laten dringen. Toch voelt dat als een vlucht, als een weggaan van iets dat er wel degelijk is. Natuurlijk hoef ik niet naar al het leed in de media te kijken, dat doe ik ook niet. Maar het buitensluiten voelt niet als een gezonde optie, ik kruip in mijn schulp, angstig voor de buitenwereld.

Veel meer heb ik ervaren hoe ik de wereld om mij heen wel kan waarnemen, er kan laten zijn, maar tegelijkertijd ook bij mezelf kan blijven en de vrede en het geluk dat er ook nog altijd is kan proeven, ervaren en uitdragen. Een dwarrelend blad uit de boom, mijn slapende poes, zonnestraal in het gezicht.

De joodse Schrijfster Etty Hillesum, ik heb haar al vaker aangehaald, dient daarvoor als een voorbeeld, om het geluk, de schoonheid of het goddelijke – zoals zij het noemt- te blijven zien, ongeacht welke situatie. Zelfs als je zoals haar vervolgd wordt om je afkomst en afgevoerd wordt naar een concentratiekamp. Het maakt ons tot vrije mensen, vrij van angst en vrij van mogelijke beinvloeding door welke partij dan ook. Dat wil niet zeggen dat ik het leed niet erken, zeker niet.

Zo zijn mijn gedachten bij de 200 schoolmeisjes die nog altijd niet verenigd zijn met hun familie, maar ook bij de familie van de strijders van de Jihad, die iedere avond bidden dat hun vaders, mannen en zonen veilig terugkeren. Uiteindelijk strijdt iedereen voor hetzelfde: zijn eigen paradijs. Het is schrijnend dat de mens nog altijd niet in staat is het paradijs met die van de ander samen te laten vallen.

Gelukkig zijn er ook kleine lichtpunten.  Zo schreef een goede vriendin die in de zomer de wandeltocht naar Santiago de Compostella ondernam, dat mensen overal zakjes met eten aan palen en bomen hangen voor de wandelaars. Ook dat is de mens, zorg voor de ander, een zakje brood aan een paal. Misschien moeten we de komende tijd vooral veel, heel veel zakjes brood ophangen.

Onderstaand een kort gedicht over het plukken van de dag…

 

plukdag

 

we plukken de bloemen uit het gras, ruiken en laten ons bedwelmen door de lucht van witgele blaadjes die zoeven daarvoor wuifden in de wind, we plukken de dag omdat we niet weten of er morgen nog iets te plukken is, we plukken de appels bijten in een eeuwenoude vrucht, het klokhuis werpen we achteloos tussen gras en bloemen, we plukken de kip en braden hem, we plukken de sterren en trachten net als zij te schitteren in de duisternis, we plukken het leven, kauwen het fijn, slikken het door en dromen van een nieuwe dag

 

 

 

Een aantal jaren geleden viel mij de volgende zin in:

we zijn allemaal één stap verwijderd van de gekte, dat laat ons geen andere keus dan het geluk te omarmen

 

Ik weet nog goed wanneer deze woorden mij te binnen schoten. Ik reed op dat moment van het ziekenhuis, waar mijn ernstig zieke dochter lag, naar huis. Ik voelde mij zo machteloos, niet in staat iets aan het lijden van mijn kind te kunnen doen dat ik  niet wist of ik de situatie nog wel langer vol zou kunnen houden, of ik niet ineen zou storten van verdriet, angst en onmacht. Toen alsof het mij ineens helder werd, begreep ik dat ik geen keus had. Dat de wanhoop en de angst er wel waren maar dat als ik mij daaraan vast zou houden, ik mij uiteindelijk alleen maar zou omringen met de waanzin, met het ondraaglijke.

Ik begreep ineens dat, wilde ik niet gek worden van de onmacht, er maar een ding was dat ik kon doen. Mijn blik richten op het geluk. Niet op hetgeen mogelijkerwijs zou kunnen gebeuren, maar op hetgeen er in deze ondraaglijke situatie wel was. Op het licht van de maan en de sterren die het wegdek verlichtten. Op de liefde voor mijn kind. Op het leven zelf.

Tot op de dag van vandaag –mijn dochter is gelukkig al lang genezen- herlees ik deze zin zo nu en dan en besef ik dat het steeds aan mij is om de stap te zetten, de stap naar het geluk. Dat wil niet zeggen dat ik het donker of de waanzin in het leven niet zie of niet toe laat. Nee, zeker niet, het is ook onmogelijk om angst, wanhoop of verdriet uit de wereld te verbannen. Het zou ook onzinnig zijn om die strijd te voeren. Dan voer je een zinloze strijd tegen iets dat nooit weg zal gaan. Maar het wil wel zeggen dat het mogelijk is om zelfs in een wanhopige situatie geluk te ervaren of zelfs gelukkig te zijn.

Dat dit zelfs in de meest duistere tijden mogelijk is, verwoordt de joodse schrijfster Etty Hillesum indrukwekkend in haar dagboeken. Etty Hillesum werd afgevoerd naar een concentratiekamp maar bleef in haar dagboek schrijven. Zij slaagt erin de schoonheid van de wereld te blijven zien en te ervaren zelfs in een context die als inhumaan en waanzinnig kan worden beschreven. Met haar woorden toont zij hoe het in een krankzinnige wereld toch mogelijk is levensgeluk te ervaren. Een zonnestraal in het gelaat, een zingende vogel op een tak. Een haast onmenselijke prestatie lijkt dat te zijn, en toch slaagde Etty Hillesum erin, zonder het leed dat zich om haar heen afspeelde te ontkennen.

Bij thuiskomst van mijn autorit schreef ik de woorden op en hing ze op in mijn schrijfkamer. Ze hangen er nu nog en herinneren mij met regelmaat eraan dat er een keus is, een keus om één stap te zetten en niet de waanzin, het verdriet of de onmacht  maar het geluk te omarmen.